Kikkervisjes
Een verrijking voor de school.
Jenaplanschool De Overkant heeft een unieke mogelijkheid in huis gekregen met de komst van de Kikkervisjes.
Het is een nieuwe groep die zich richt op de voor- en vroegschool en is bedoeld voor driejarigen. Het unieke zit in het feit dat, waar het wenselijk is op grond van de ontwikkeling van een kind, een vierjarige eerst in zal stromen in de Kikkervisjes.
Dat betekent dat de groep ‘Kikkervisjes’ een echte stamgroep wordt met drie- tot viereneenhalfjarigen, waarbij de oudste kinderen leren zorg te dragen voor de jongsten en de jongere kinderen een voorbeeld kunnen nemen aan de oudsten. Dit is ook een bewuste keuze in het jenaplanonderwijs.
De werkwijze van de Kikkervisjes is gerelateerd aan een aantal jenaplanprincipes. Er wordt onder andere gewerkt met een ritmisch weekplan waarbij er voldoende balans te vinden is tussen de vier pijlers van het jenaplanonderwijs: gesprek, spel, werk en viering.
De Kikkervisjes werken met thema’s, zoals bij ons op school met projecten wordt gewerkt.
Door een rijke omgeving te creëren, waarbij het aanbod groot is en de kinderen al snel leren om zelfstandig een keuze te maken, zal de overstap naar de onderbouw minder groot zijn.
Bij de Kikkervisjes maakt men voor de driejarigen gebruik van het kindvolgsysteem Bazalt en hanteert men voor de vierjarigen het leerlingvolgsysteem van Scol en Cito. Dit sluit naadloos aan op het kindvolgsysteem van De Overkant.
De Kikkervisjes maken bij taalachterstand onder andere gebruik van de VVE-methode van Puk en Ko. Ook doordat de kinderen in een stamgroep met verschillende niveaus zitten wordt de taalontwikkeling enorm gestimuleerd.
Een ander groot voordeel is dat de kinderen van de Kikkervisjes, als er gekozen gaat worden voor de BSO “voor af en toe”, in hun eigen veilige en vertrouwde omgeving kunnen blijven aangevuld met de kinderen uit de onderbouwgroepen van De Overkant die ook naar die BSO gaan. Op die manier leren ze hun groepsgenoten van straks op een leuke manier kennen en zal de overstap naar de Apen of de Beren minder groot zijn.
Je merkt dat de kinderen gewend zijn aan het gebouw, zich vrij bewegen in deze vertrouwde omgeving en gewend zijn aan een aantal basisregels en gebruiken.
De verrijking zit ook in het feit dat de kinderen van onder-, midden- en bovenbouw het ontzettend leuk vinden om activiteiten te bedenken om met of voor deze groep te gaan doen en het is dan ook zeker de bedoeling in de toekomst daar een dankbaar gebruik van te maken.